Wolven zien
Mocht je ooit een wolf in het wild tegen komen dan mag je jezelf erg gelukkig prijzen. Wolven worden namelijk zelden gezien. Een roedel wolven van 2 tot 10 dieren heeft een groot leefgebied van circa 250 vierkante kilometer. Daarbuiten leven rondzwervende jongvolwassen wolven in nog lagere dichtheden. Bovendien hebben ze een goede schutkleur en een natuurlijke angst voor mensen.
Waar moet je op letten als je een wolf ziet?
• Vacht beige tot rossig bruin;
• Geleidelijk overgaand in grijzige bovenkant, met een onduidelijk donker zadel;
• Wit rondom de mond;
• Lange, stevige poten;
• Dik behaarde, rechte staart;
• Spitse rechtopstaande oren;
• Rechte rug (aflopend bij Duitse herder).
Als je een wolf ziet, probeer dan een foto of video te maken en neem zoveel mogelijk kenmerken in je op. Als de wolf weg is, ga dan op zoek naar sporen, maar let op dat je niet op het spoor zelf gaat staan. Let ook op haren in prikkeldraad of aan (doorn)takken. Met behulp van het DNA dat vaak op de haren zit is niet alleen met zekerheid te zeggen of het een wolf was, maar ook van welke populatie hij afstamt.
Een pootafdruk van een wolf lijkt op die van de hond, is 8 tot 10 cm lang, meer ovaal (rond bij hond), waarbij de achtertenen meer naar achter zitten en er dus meer ruimte tussen achtertenen en voortenen is. Alleen als het dier in draf loopt zijn de sporen met zekerheid te onderscheiden van die van een hond. Een wolf zet dan zijn achterpoot precies in de afdruk van de voorpoot. Omdat er een klein verschil in grootte is lijkt het alsof de voetafdruk twee rijen nagels heeft. Bovendien staan pootafdrukken van een wolf in een mooie rechte lijn, iets wat bij honden meestal niet het geval is. In Duitsland geldt een dergelijk spoor pas bij een lengte vanaf 500m als bewijs voor een wolf. Kortere sporen worden als mogelijke waarneming bestempeld. Bij losse pootafdrukken is de kans op verwisseling met hond groot.
Keutels van wolven bevatten erg veel kalk, botresten en haren van hun prooidieren. Ze hebben een kleine draai aan het uiteinde en zijn vaak te vinden op centrale plekken binnen het leefgebied. Omdat wolven hun keutels gebruiken om hun territorium aan te geven laten ze deze vaak achter midden op wegen of kruispunten, kleine heuveltjes en andere opvallende plekken.










