Ecologie

Ecologie van de angst

Als toppredator oefenen wolven een grote invloed uit op het ecosysteem. Niet zo zeer rechtstreeks door de aantallen prooidieren te reduceren, maar indirect door de zogenaamde ‘ecologie van de angst’. Geen prooidier wil immers eindigen in de bek van een predator. Prooidieren mijden plekken waar ze wolven tegen kunnen komen of waar ze veel gevaar lopen. Hierdoor krijgt rondom een wolvennest ruigte en bosverjonging een kans. Uit Yellowstone in Amerika is bekend dat door de introductie van wolven, wapitis de oevers van rivieren en beken gingen mijden waardoor daar weer populieren op konden komen. Hiervan profiteerden weer bevers, die dammen bouwden en daarmee de hydrologie van de omgeving veranderden, waarvan uiteindelijk tal van planten en dieren profiteerden. Zo kunnen wolven een sleutelrol spelen in een ecosysteem zonder de aantallen prooidieren te reduceren.

Uit verschillende studies komt naar voren dat de wolf zijn prooidieren niet of nauwelijks reguleert. Slechts nadat een catastrofe, strenge winter of ziekte, de dichtheid aan prooi behoorlijk verlaagt, zijn wolven in staat om de dichtheid aan prooidieren voor korte of langere periode op een lager niveau te houden. Wolven zorgen niet alleen door jacht, maar ook indirect voor lagere aantallen prooidieren. Door stress bij prooidieren hebben deze een verlaagde hormoonspiegel en daarmee een verminderde vruchtbaarheid. Prooidieren moeten bovendien constant alert zijn en kunnen het zich niet veroorloven om lange tijd op één plek te blijven. Ze slaan ook geregeld op de vlucht voor - al dan niet vermeend – gevaar. Er is dus minder tijd om te eten en de dieren verbranden door het jaar heen meer energie. Dit betekent dat er in de winter minder vet is om te verbranden en er dus meer gegeten moet worden . Omdat de hoeveelheid voedsel in de winter beperkt is, vermindert hierdoor de draagkracht van het ecosysteem.

Naast de eerder genoemde effecten profiteren ook tal van aaseters, zoals raaf, vale gier of zeearend, van de constante aanvoer van verse kadavers. Wolven moeten immers elke 3 tot 7 dagen een flinke prooi doden om henzelf en hun jongen in leven te houden. Dit in tegenstelling tot ecosystemen zonder toppredators, waar sterfte onder hoefdieren vooral aan het einde van het zware seizoen (winter of droogte) plaatsvindt.

 

Vele soorten insecten profiteren van de jaarrond aanwas van verse kadavers

 

Ook soorten als zeearend, vale gier of deze raaf hebben baat bij verse kadavers

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Youtube
  • Flickr