Van wildernis tot cultuurland
Wolven komen voor in een groot aantal leefomgevingen: van toendra’s in het noorden, steppen in het Oosten, gebergtes van het Noordelijk halfrond, tot aan het bos- en cultuurlandschap van Europa. Ook in door mensen ingerichte en gedomineerde landschappen blijkt de soort goed in staat te overleven. Deze bieden vaak een afwisselend landschap met bosranden die dekking bieden en een overdaad aan reeën. Zo leven er tussen de productiebossen, bruinkoolmijnen en maïsakkers van de Duitse regio Lausitz inmiddels vijf roedels wolven. Niet voor niets noemen de Duitsers de wolf een cultuurvolger.
Het leefgebied van een roedel is in Europa ongeveer 200 vierkante kilometer groot en hangt af van het voedselaanbod. Bij een groot aanbod van prooidieren kan het ook kleiner zijn. Maar ook veel groter zoals in Arctische gebieden waar territoria tot 1000 vierkante km groot zijn. In de zomer zijn de territoria vaak kleiner en kunnen dan slechts enkele tientallen vierkante kilometer omvatten. De grote van een territorium hangt, naast voedselaanbod, af van de minimaal benodigde sociale ruimte. Waar die ondergrens ligt is niet bekend. Binnen het hedendaagse cultuurlandschap in Europa worden territoria vooral bepaald door voedselaanbod met een ondergrens van circa 120 vierkante kilometer. Een roedel verdedigt zijn territorium tegen andere wolven. Een wolventerritorium ligt zoals bij de meeste roofdieren niet vast, maar verschuift onder invloed van de dominantie van de roedel ten opzichte van andere roedels, de vestiging van nieuwe roedels of het verdwijnen van oude.









