De wolf

Mocht je ooit een wolf in het wild tegen komen dan mag je jezelf erg gelukkig prijzen. Wolven worden namelijk zelden gezien. Een roedel wolven van 2 tot 10 dieren heeft een groot leefgebied van circa 250 vierkante kilometer. Daarbuiten leven rondzwervende jongvolwassen wolven in nog lagere dichtheden. Bovendien hebben ze een goede schutkleur en een natuurlijke angst voor mensen.

Waar moet je op letten als je een wolf ziet?

  • Vacht beige tot rossig bruin
  • Geleidelijk overgaand in grijzige bovenkant, met een onduidelijk donker zadel
  • Wit rondom de bek
  • Lange, stevige poten
  • Dik behaarde, naar beneden hangende rechte staart
  • Spitse rechtopstaande, naar de top toe iets afgeronde oren
  • Brede, krachtige kop, waardoor de oren verder uit elkaar staan dan bij een hond
  • Rechte rug

Als je een wolf ziet, probeer dan een foto of video te maken en neem zoveel mogelijk kenmerken in je op. Meldt je waarneming zo snel mogelijk. Dit kan snel en makkelijk via Wolf gezien. Als de wolf weg is, ga dan op zoek naar sporen, maar let op dat je niet op het spoor zelf gaat staan. Let ook op haren in prikkeldraad of aan (doorn)takken. Met behulp van het DNA dat vaak op de haren zit is niet alleen met zekerheid te zeggen of het een wolf was, maar ook van welke populatie hij afstamt.

Wolf © Dick J.C. Klees / Studio Wolverine
Wolf © Dick J.C. Klees / Studio Wolverine

Kenmerken

Wolf Tekening: Jeroen Helmer / ARK Natuurontwikkeling

Uiterlijk

Een meestal schuwe, eenzame, onopvallende getekende hond met een weinig beweeglijke staart zou een wolf kunnen zijn. De kop van de wolf is tamelijk contrastrijk, met wit rond de bek. De oren zijn niet zo groot als bij veel honden. Wolfhonden zijn kruisingen tussen hond en wolf. Meestal zijn ze witter en contrastrijker dan wolven.


Wolf Pootafdruk Jeroen Helmer / ARK Natuurontwikkeling

Pootafdrukken

De pootafdruk is niet te onderschieden van die van de hond. Gemiddels is hij smaller dan bij de hond, er is bijna een lijn te trekken tussen de middelste en buitenste tenen. Een heel lang spoor, in sneeuw of zand, zonder menselijke voetstappen in de buurt en zonder frequente afdwalingen zou kunnen wijzen op een wolf.


Wolf keutel Jeroen Helmer / ARK Natuurontwikkeling

Keutels

Keutels van wolven bevatten erg veel kalk, botresten en haren van prooidieren. Ze hebben een klein draai aan het uiteinde. Omdat wolven hun keutels gebruiken om hun territorium te markeren laten ze deze vaak achter op kruispunten van wegen, midden op paden, kleine heuveltjes of andere opvallende plekken.

Roedels

Wolven leven in roedels. Een roedel bestaat uit een voortplantend paar, hun welpen van dit jaar en de inmiddels volgroeide jongen van vorig jaar. Een roedel is dus eigenlijk een wolvenfamilie.

In het tweede levensjaar verlaten de jongvolwassen wolven het geboorteroedel en gaan zwerven op zoek naar een geschikte plek om een eigen territorium te stichten. Is er weinig voedsel, dan verlaten de jongen eerder het geboorteroedel, maar andersom gebeurt ook.

Een vrouwelijke wolf krijgt afhankelijk van onder andere de voedselsituatie 1 tot 8 welpen (gemiddeld 4-5), maar niet alle jongen overleven het eerste jaar. Roedels in Europa zijn daardoor vaak 2 tot 10 dieren groot. In onder andere Noord-Amerika komen ook grotere roedels voor met meer dan 20 dieren. 

Een wolvenroedel verdedigt een territorium tegen andere wolven. Territoriumgrootte en wolvendichtheid varieert daarbij met de beschikbaarheid van prooidieren. In Midden-Europa zijn wolventerritoria 150 tot 350 vierkante kilometer groot, maar in poolstreken kan dat oplopen tot ver boven de 1000 vierkante kilometer. Als gevolg daarvan varieert de dichtheid van wolven tussen de 0,1 en 9 wolven per 100 vierkante kilometer.

In Duitsland leven gemiddeld 2-3 wolven per 100 vierkante kilometer. In zeer wildrijke gebieden zijn kleinere wolventerritoria mogelijk, maar bij circa 50 vierkante kilometer lijkt er een sociale ondergrens te zijn.

Wolf © Dick J.C. Klees / Studio Wolverine
Wolf © Dick J.C. Klees / Studio Wolverine

Zwervers

Wanneer jonge wolven een leeftijd van ongeveer twee jaar bereiken trekken ze weg van hun geboortegrond. Ze gaan op zoek naar een eigen leefgebied en een onverwante partner om een roedel mee te vormen. Wolven zijn zeer mobiel en kunnen gemakkelijk honderden kilometers afleggen. In Duitsland zijn er jaarlijks vestigingen tot een afstand van twee tot driehonderd kilomter van bekende roedels. Maar ook grote verplaatsingen komen voor. In 2009 liep een gezenderde wolf uit de Lausitz een afstand van meer dan 1000 kilometer naar Wit-Rusland. Sommige wolven in Denemarken blijken 800 kilometer of verder gelopen te hebben.

Er zijn niet veel barrières die wolven tegenhouden. Wolven zijn goede zwemmers en uitstekende lopers. In een nacht kunnen ze met gemak 70 kilometer afleggen. In Duitsland blijkt dat wolven rivieren, snelwegen en druk gebruikte gebieden passeren, meestal 's nachts, maar soms ook overdag.

Wolven hebben geleerd mensen te mijden of te negeren. Maar menselijke bouwwerken zoals wegen, bruggen en bebouwing gebruiken ze wel. Wolven hebben robuuste natuurverbindingen niet nodig. Maar deze groene verbindingen met bijvoorbeeld ecoducten kunnen wolven en hun prooidieren wel helpen nieuwe gebieden te koloniseren. En het kan slachtoffers voorkomen, verkeer is in Duitsland doodsoorzaak nummer 1.

Wolf © Dick J.C. Klees / Studio Wolverine
Wolf © Dick J.C. Klees / Studio Wolverine

  • Wolf © Dick J.C. Klees / Studio Wolverine

    Vragen en antwoorden

    Vragen over de wolf? De 41 meest gestelde vragen met de bijbehorende antwoorden hebben we op een rijtje gezet.

  • Wolf © Dick J.C. Klees / Studio Wolverine

    Bang voor de wolf

    Als toppredator oefenen wolven een grote invloed uit op de natuur. Niet zo zeer rechtstreeks, door de aantallen prooidieren te reduceren, maar vooral indirect door de zogenaamde ecologie van de angst.

  • Wolf Tekening: Jeroen Helmer / ARK Natuurontwikkeling

    Gratis roofdierenapp

    Niet alleen de wolf keert terug naar Nederland. De wilde kat maakte ook zijn rentree en in Nederland neemt het aantal boommarters, dassen en vossen toe. Maar hoe herken je al deze roofdieren? Download daarvoor de gratis roofdierenapp.

  • Wolf Foto Leo Linnartz

    Wolven in Duitsland

    In 2004 werden de eerste welpen geboren sinds de terugkeer van wolven naar Duitsland. In Duitsland leven nu minstens 35 wolvenroedels of wolvenparen. Jaarlijks groeit het aantal dieren en verspreiden de dieren zich over grotere delen van Duitsland, maar ook naar Polen, Denemarken en naar Nederland.

Leefgebied

Vaak wordt de wolf gezien als het symbool voor de wildernis. Maar in Europa heeft de wolf zich aangepast aan door mensen gedomineerde en ingerichte landschappen. Mogelijk dat ze daarom ook in Nederland een plek kunnen vinden om te leven, niemand beter dan de wolf zelf om dit te gaan bewijzen.

Wolven komen voor in een groot aantal leefomgevingen: van toendra’s in het noorden tot steppen in het oosten, en van gebergtes tot aan het bos- en cultuurlandschap van West-Europa. Ook in door mensen ingerichte en gedomineerde landschappen blijken wolven goed in staat te overleven. Deze cultuurlandschappen bieden vaak een afwisselend landschap met bosranden die dekking bieden en een overdaad aan reeën, herten en zwijnen. Zo leven er tussen de productiebossen, dorpen, bruinkoolmijnen en maïsakkers van de Duitse regio Lausitz verschillende roedels wolven. Niet voor niets noemen de Duitsers de wolf een cultuurvolger. Net als in delen van Zuid- en Oost-Europa waar wolven soms tot in de stad jagen.

Het leefgebied van een roedel is in Europa ongeveer 200 vierkante kilometer groot en hangt af van het voedselaanbod. In Arctische gebieden zijn territoria tot 1000 vierkante kilometer groot door het lage voedselaanbod. In de zomer zijn territoria vaak kleiner en kunnen dan enkele tientallen vierkante kilometer omvatten. De grote van een territorium hangt ook af van de benodigde sociale ruimte. Binnen het cultuurlandschap in Europa worden territoria vooral bepaald door voedselaanbod met een ondergrens van circa 120 vierkante kilometer en een bovengrens van 350 vierkante kilometer. Een roedel verdedigt zijn territorium tegen andere wolven en kan verschuiven door dominantie van de roedel ten opzichte van andere roedels, de vestiging van nieuwe roedels of het verdwijnen van oude.

 

Voedsel

Een wolf eet 3 tot 4 kilo vlees, merg en ingewanden per dag. Maar wolven kunnen ook 10 kilo voedsel in één keer eten en daar dagenlang van leven. Indien nodig kunnen ze zelfs twee weken zonder voedsel. Een wolf jaagt op allerlei prooidieren: van wisenten, elanden en zwijnen tot aan knaagdieren, zoals muizen, ratten en bevers.

Een roedel wolven gaat in zijn leefgebied altijd voor maximale buit tegen minimaal risico en minimale inspanning. Oude, zieke en zwakke dieren vallen daarom eerder ten prooi aan wolven dan gezonde volwassen dieren. Daarnaast eten wolven veel jonge, onervaren dieren. Hiermee zetten ze een rem op de groei van de populatie prooidieren. In de dichtstbijzijnde populatie wolven in Duitsland jagen wolven vooral in hun eentje. Ze eten hier voornamelijk reeën en in mindere mate jonge edelherten en jonge zwijnen, zie ook het diagram hiernaast. 

Hoewel wolven de voorkeur geven aan natuurlijke prooi, worden gemakkelijk bereikbare schapen en geiten ook door wolven gepakt. In Duitsland levert dit regelmatig dode schapen op. Boeren leren steeds beter vee te beschermen met schrikdraad of met waakhonden. Dat laatste is een eeuwenoude methode om verliezen van vee aan wolven binnen de perken te houden. Lees meer op Wolven en vee.

Wat wolven eten
Wat wolven eten; resultaat van 2000 keutels in Duitse Lausitz

Ree 52,1%, edelhert 24,7%, wild zwijn 16,3% haas 3,4%, moeflon 0,7%, damhert 1,5%, vee 0,8%, overig 0,5%.

 

Ecologie

Als toppredator oefenen wolven een grote invloed uit op het ecosysteem. Niet zo zeer rechtstreeks door de aantallen prooidieren te reduceren, maar vooral indirect door de zogenaamde ecologie van de angst.

Geen enkel prooidier wil eindigen in de bek van een predator. Prooidieren mijden plekken waar ze wolven tegen kunnen komen of waar ze veel gevaar lopen. Hierdoor krijgt rondom een wolvennest ruigte en bosverjonging een kans. Waar de wolf leeft, groeit het bos, luidt een Russisch gezegd.

Uit Yellowstone National Park in Amerika is bekend dat door herintroductie van wolven, wapitis de oevers van rivieren en beken gingen mijden waardoor daar weer populieren op konden komen. Hiervan profiteerden weer bevers, die dammen bouwden en daarmee de hydrologie van de omgeving herstelden, waarvan uiteindelijk tal van planten en dieren profiteerden. Zo kunnen wolven een sleutelrol spelen in een ecosysteem zonder de aantallen prooidieren te reduceren.

Dat in Yellowstone de aantallen wapitis toch omlaag gingen had veel te maken met de ongebreidelde populatiegroei van deze herten in de decennia na het uitroeien van wolven. Nu de aantallen wapitis meer dan gehalveerd zijn, is er ruimte gekomen voor vegetatieherstel en daar hebben weer andere dieren van geprofiteerd, zoals bevers, gaffelbokken, zangvogels en bizons. 

Zijn de aantallen herten meer in balans met de omgeving, dan blijkt uit verschillende studies dat de wolf zijn prooidieren niet of nauwelijks (extra) reguleert. De jagende mens zorgt vaak al voor aantalsregulatie tot onder de draagkracht, zodat schade minimaal en de aanwas maximaal is. Slechts nadat een catastrofe, strenge winter of ziekte, de dichtheid aan prooi behoorlijk verlaagt, zijn wolven in staat om de dichtheid aan prooidieren voor korte of langere periode op een lager niveau te houden.

Wolven zorgen niet alleen door jacht, maar ook indirect voor lagere aantallen prooidieren. Door stress bij prooidieren hebben deze een verlaagde hormoonspiegel en daarmee een verminderde vruchtbaarheid. Prooidieren moeten bovendien constant alert zijn en kunnen het zich niet veroorloven om lange tijd op één plek te blijven. Ze slaan ook geregeld op de vlucht voor - al dan niet vermeend – gevaar. Er is dus minder tijd om te eten en de dieren verbranden door het jaar heen meer energie. Dit betekent dat er in de winter minder vet is om te verbranden en er dus meer gegeten moet worden. Omdat de hoeveelheid voedsel in de winter beperkt is, vermindert hierdoor de draagkracht van het ecosysteem.

Voor een gebieden als de Oostvaardersplassen en de Veluwe waar grote roofdieren afwezig zijn, zou dit kunnen betekenen dat na de komst van wolven het aantal herten en (op de Veluwe ook) zwijnen zou dalen. Naast een wat weelderiger vegetatie zouden vooral ook andere grazers hiervan kunnen profiteren. Er sterven dan ook meer dieren verspreid over het hele jaar, waardoor er meer voedsel per dier aan het begin van de winter aanwezig is. Dit zou de conditie van de overgebleven dieren kunnen verbeteren. Of dit ook daadwerkelijk zo verloopt, zal de toekomst ons leren als de eerste wolven zich spontaan vestigen in het gebied.

Naast de eerder genoemde effecten profiteren ook tal van aaseters, zoals raaf, rode wouw en zeearend, van de constante aanvoer van verse kadavers. Wolven doden immers met regelmaat een flinke prooi om henzelf en hun jongen in leven te houden. Dit in tegenstelling tot ecosystemen zonder toppredatoren, waar sterfte onder hoefdieren vooral aan het einde van het zware seizoen (winter of droogte) plaatsvindt.